Skip to main content

Voor mensen met autisme

Het kan zijn dat je autisme hebt en helemaal geen last hebt van oogcontact. Het kan ook zijn dat je er juist heel veel last van hebt. Of dat je gewoon nieuwsgierig bent hoe oogcontact werkt bij mensen met of zonder autisme. Voor iedereen is het weer anders, dat geldt ook voor mensen zonder autisme.

Oogcontact bij autisme is maar één van de varianten

Het gebeurt helaas vaak dat mensen met autisme het gevoel hebben dat de maatschappij niet ‘autismevriendelijk’ is. Dat de maatschappij niet rekening houdt met mensen met autisme. En dat, omdat mensen zonder autisme in de meerderheid zijn, mensen met autisme nu eenmaal zich moeten gedragen naar wat in de maatschappij als normaal wordt gezien. Toch blijkt dat er geen gouden regels over oogcontact bestaan in de maatschappij. En dat de maatschappij een verzameling is van allerlei verschillende soorten mensen, met ieder hun eigen manier van oogcontact. De manier waarop je vanuit autisme oogcontact doet, is ook maar een van de varianten. En daardoor even veel waard als elke andere manier.

It takes two

Daarnaast is oogcontact sowieso iets waar allebei de mensen die met elkaar in contact zijn, een rol in hebben. Als het contact minder goed loopt door de manier waarop iemand met autisme oogcontact doet, ligt dat niet alleen aan degene met autisme. Dit ligt net zo goed aan degene met wie de persoon met autisme op dat moment contact heeft. Het zou namelijk niet verstorend op het contact hoeven werken voor de gesprekspartner, als diegene een paar dingen zou begrijpen. Bijvoorbeeld dat er respect mag zijn voor elke manier van oogcontact. En dat iemand met autisme geen negatieve bedoelingen hoeft te hebben met oogcontact. Of dat iemand met autisme het lastig kan vinden hoe het beste met oogcontact kan worden omgegaan. Als je autisme hebt, draag je met je omgang met oogcontact een steentje bij aan hoe het contact gaat. Maar je gesprekspartner net zo goed. En net zoals jij het oogcontact van je gesprekspartner respecteert, mag je dat andersom ook van de ander verwachten.

“Maar als deze mensen zonder autisme geen kennis hebben van iemands achtergrond waardoor degene op een bepaalde manier omgaat met oogcontact, begrijpen ze het niet meer en kunnen ze zich daardoor onprettig gaan voelen.”

Hoe mensen zonder autisme omgaan met oogcontact

Voor mensen zonder autisme is oogcontact over het algemeen iets wat ze doen zonder er bewust bij stil te staan. Ze voelen aan hoe ze oogcontact moeten doen in een bepaalde situatie. Ze kunnen op basis van andermans ooggedrag zien hoe de ander erbij zit. Ze kunnen daar ook aan zien of de ander begrijpt wat ze zelf zeggen. Ook kunnen ze daaruit ‘aflezen’ of er tijdens het gesprek verbinding tussen elkaar is. Daarnaast kunnen ze soms expres op een bepaalde manier kijken om iets aan je duidelijk te maken via hun ogen. Dit doen ze op basis van wat ze gewend zijn en volgens de sociale regels waarmee zij zijn opgegroeid. Vaak weten ze dat er verschillende manieren zijn waarop oogcontact kan worden gedaan, zoals bij bepaalde nationaliteiten. En nemen ze dat mee in hoe ze het ooggedrag van een ander interpreteren. Maar als deze mensen zonder autisme geen kennis hebben van iemands achtergrond waardoor degene op een bepaalde manier omgaat met oogcontact, begrijpen ze het niet meer en kunnen ze zich daardoor onprettig gaan voelen. Omdat ze dan niet weten wat de bedoeling van de ander is met oogcontact. En helaas hebben veel mensen zonder autisme weinig kennis van autisme, ook al komt het vaak voor in de maatschappij. Daardoor kan het voor mensen zonder autisme als vervelend worden ervaren hoe het oogcontact van mensen met autisme gaat; ze snappen het niet en weten niet wat ze ermee moeten.

In gesprek gaan over oogcontact

Het helpt dan voor degene zonder autisme, om met de ander in gesprek te gaan over oogcontact. Om te vertellen hoe oogcontact voor jou is, hoe belangrijk je oogcontact wel of niet vindt. En hoe jij het liefste zou willen dat jijzelf, en de ander, omgaat met oogcontact. Om daarover een goed gesprek te hebben, is het nodig dat je echt nieuwsgierig bent in hoe het voor die ander is. Net als dat je dat van de ander mag verwachten. Zo lang je er allebei zo in staat, kan zo’n gesprek leiden tot meer begrip voor elkaar, en snap je allebei wat voor rol jullie oogcontact heeft tijdens het contact. Op die manier kan oogcontact van jullie allebei zelfs waardevol worden tijdens een gesprek, hoe jullie het ook maar doen. Een voorbeeld van een vraag om het gesprek daarover te beginnen is: “Als we naar elkaar luisteren, waar kijk jij dan het liefst naar?”.

“Je hoeft je niet te gedragen naar de ‘gouden regels’ van oogcontact, omdat die niet bestaan. En je mag van de ander verwachten dat diegene jouw oogcontact respecteert. Net als dat jij dat bij de ander doet.”

Jouw omgang met oogcontact is waardevol

Elke manier van oogcontact mag er zijn. Daarom is het voor iedereen, ook voor jou met autisme, belangrijk om te weten dat de manier waarop jij omgaat met oogcontact, waardevol is. Je mag tevreden zijn over hoe jij dat doet. Ook omdat het kan bijdragen aan een beter contact met de ander (wat de ander ook prettig vindt). En net als ieder ander mag je zelf weten hoe je je oogcontact doet. Je hoeft je niet te gedragen naar de ‘gouden regels’ van oogcontact, omdat die niet bestaan. En je mag van de ander verwachten dat diegene jouw oogcontact respecteert. Net als dat jij dat bij de ander doet.

Hulp bij moeite

Het kan zijn dat je ondanks alles het lastig blijft vinden om met oogcontact om te gaan. Het is daarom goed om te weten dat je daarvoor hulp kunt krijgen. Als eerste door met mensen die belangrijk voor je zijn, te delen dat je deze moeite hebt. Vaak kan dit al veel onduidelijkheid wegnemen en kan blijken dat anderen jouw omgang met oogcontact helemaal geen probleem vinden. Je kunt het er ook over hebben met mensen die verder van je af staan. Zoals op je school, op je (sport)vereniging of op je werk. Als je het lastig blijft vinden en je in behandeling bent, zou het goed zijn dit met je zorgverlener bespreekbaar te maken. Samen met je zorgverlener kun je dan kijken naar het vinden van een andere manier van omgaan met oogcontact. Zodat je er veel minder last van hoeft te hebben. Een andere mogelijkheid is dat je gebruik maakt van lotgenotencontact of naar bijeenkomsten gaat van een autisme netwerk in je regio. Daar begrijpen ze vaak de lastigheid en kunnen ze hun tips met je delen.