Skip to main content

Voor de GGZ

De GGZ-sector speelt een erg belangrijke rol in hoe mensen met autisme oogcontact ervaren, en wat ze daarbij lastig vinden. Dit begint al bij hoe anderen hun omgang met oogcontact benaderen. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen met autisme in principe geen problemen ervaren met oogcontact. Maar dat lastigheid daarmee begon omdat anderen (waaronder zorgverleners) puur op basis van de diagnose autisme, de conclusie trokken dat de diagnose automatisch betekende dat degene dan ook problemen met oogcontact zou hebben[i]. En werd aan degene met autisme de opdracht meegegeven om hun oogcontact te verbeteren, waarop voor diegene de zoektocht begon om wegwijs te raken in het doolhof van alle varianten.


[i] Boer, J., Boonstra, N., Kronenberg, L. et al. Autistic eye contact? A hermeneutic phenomenological multicenter study of the similarities and differences in eye-contact experiences between adults with and without autism. J Neurodevelop Disord 18, 2 (2026). https://doi.org/10.1186/s11689-025-09663-z

Enactive Mind

Inmiddels is er veel bekend over hoe kenmerken van autisme tot stand komen door een complex samenspel van persoonlijkheid, kwetsbaarheid voor autisme en omgevingsfactoren, onder andere via het project Enactive Mind[i]. Dit betekent onder andere, dat de manier waarop iemand met autisme omgaat met oogcontact, erg kan verschillen per persoon. Ook betekent dit dat bij het last hebben van oogcontact tijdens een gesprek, niet alleen degene met autisme de oorzaak is, maar de gesprekspartner daar net zo goed een aandeel in heeft. Dat beide een rol daarin hebben, voorkomt daarnaast generalisatie, stigmatisering en camouflage[ii].


[i] Enactive Mind Autisme – van denkwijze naar werkwijze

[ii] Van der Putten, W. J. (2024). Camouflaging in autistic adults: From measurement to mental health care. [Thesis, externally prepared, Universiteit van Amsterdam].

Een helpende benadering

Daarnaast is het belangrijk om in behandeling te benadrukken dat oogcontact bij autisme niet afwijkend of een handicap is, maar een variant, zoals er zoveel varianten in de samenleving bestaan in hoe mensen met oogcontact omgaan. Tot voor kort werd dit helaas vooral bekeken vanuit het ‘ziekte-denken’ met alle gevolgen van dien, zoals negatiever zelfbeeld of het idee zelf geen controle te hebben op klachten. Als iemand met autisme last ervaart van de eigen omgang met oogcontact, werkt het beter om dit te benaderen als een probleem-instandhoudend patroon[i] in plaats van een ziektesymptoom. Deze benadering helpt het voorkomen van stigmatisering en maakt de rol van degene met autisme zelf duidelijker, net zoals dat taal enorm belangrijk is voor hoe naar psychische klachten wordt gekeken, en naar degene die deze klachten heeft[ii].


[i] Voerman SA, Strijbos DW, Staring ABP, de Boer F, van Dijk M, Driessen J, Glas G, Goekoop R, Mulder A, Tromp N, Verhaar M and van den Berg D (2025) Problem-sustaining patterns: redesigning the concept of mental disorder. Front. Psychiatry 16:1382915. doi: 10.3389/fpsyt.2025.1382915

[ii] https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/319905/319905.pdf

Interventies bij problemen met oogcontact

Het is sowieso waardevol om als zorgverlener initiatief te nemen om oogcontact bespreekbaar te maken bij degene met autisme. Als mensen met autisme aangeven dat ze last ervaren van oogcontact, zijn er verschillende interventies die binnen behandeling kunnen worden aangeboden. Zo geven mensen met autisme aan[i] dat ze behoefte hebben aan psycho-educatie op het gebied van oogcontact, ook voor naasten. Daarbij zouden ze graag willen weten hoe oogcontact voor mensen zonder autisme werkt, wat er van hen daarbij wordt verwacht, hoe ze het beste met oogcontact kunnen omgaan, maar ook hoe hun omgeving er het beste mee kan omgaan. Ook kunnen mensen met autisme behoefte hebben om meer in hun kracht te komen staan als het gaat om autisme. Daarvoor kan het helpen om te benadrukken dat:
– oogcontact heel verschillend wordt gedaan in de maatschappij;
– lastigheid in de omgang met oogcontact geen ziektesymptoom is maar iets gezamenlijks van degene en de gesprekspartner;
– het oogcontact van degene met autisme waardevol is;
– degene met autisme de ruimte mag krijgen om het oogcontact te doen op een manier zoals het voor diegene fijn is

Ook kan het effectief zijn (ook al verschilt dat per persoon) om degene met autisme te helpen in de praktijk te oefenen met oogcontact. En om tips te geven voor hoe ze met oogcontact kunnen omgaan zodat dit niet lastig voor ze voelt. Dit kan door trucs te gebruiken, zoals tussen de ogen te kijken in plaats van in de ogen van de gesprekspartner. Ook kun je met degene met autisme onderzoeken hoe ze gemakkelijker met anderen in gesprek kunnen gaan over hoe ze oogcontact ervaren en wat ze daarbij nodig hebben van zichzelf en de gesprekspartner.


[i] Boer, J., Boonstra, N., Kronenberg, L. et al. Autistic eye contact? A hermeneutic phenomenological multicenter study of the similarities and differences in eye-contact experiences between adults with and without autism. J Neurodevelop Disord 18, 2 (2026). https://doi.org/10.1186/s11689-025-09663-z

Opdracht voor de GGZ

De GGZ-sector heeft niet alleen veel invloed in op hoe mensen met autisme tegen hun oogcontact aankijken en dat beleven. De GGZ-sector heeft ook een grote invloed op hoe ‘de samenleving’ naar psychische klachten bij autisme kijkt. En hoe op basis daarvan mensen uit de maatschappij omgaan met het oogcontact van degene met autisme, zodra ze met diegene in contact zijn. Dit vraagt van de GGZ-sector om in communicatie een taal te gebruiken waarbij stigma wordt tegengegaan. Een taal die helpt om meer begrip en respect te creëren voor het perspectief van mensen met autisme, ook op het gebied van oogcontact. Het benadrukken dat hun omgang met oogcontact net zo waardevol is als elke andere manier. En dat als ze toch last hebben van hun eigen omgang met oogcontact, dat daar hulp voor beschikbaar is.