Skip to main content

Voor de omgeving

Autisme komt in Nederland ongeveer tussen de 1% en 3% voor in de bevolking. Dat betekent dat je in je leven vaak in contact komt met iemand met autisme. Bijvoorbeeld een familielid, een vriend, een klasgenoot of een collega. Of misschien heb je een relatie met iemand met autisme. Zodra je met diegene in contact bent, heb je te maken met het oogcontact van diegene. En misschien is het je daarbij wel eens opgevallen dat diegene vaak wegkijkt, je juist erg lang aankijkt of doet diegene het oogcontact zoals je het zelf ook zou doen.

Lastig voor allebei

Zoals je op de webpagina ‘Problemen’ hebt kunnen lezen, kan het oogcontact van iemand met autisme lastig zijn tijdens bijvoorbeeld een gesprek. Vanuit degene met autisme, omdat ze het niet fijn vinden om zo hun best te moeten doen om ‘normaal’ over te komen en het lastig vinden hoe het dan wel voor de gesprekspartner moet. Ook kan het voor jou onprettig zijn als diegene oogcontact maakt die voor jou anders is dan wat je gewend bent. Daardoor zitten jullie op dat moment allebei met een lastigheid; het zit dan het contact in de weg.

Het helpt om elkaar te begrijpen

Het kan helpen om te weten dat hoe mensen met autisme oogcontact doen, een van de vele manieren is waarop oogcontact in de maatschappij wordt gedaan. Dat neemt niet weg dat de manier van oogcontact vanuit autisme wat onprettig kan voelen. Dat is bijna altijd vanuit onbekendheid met hoe oogcontact bij autisme kan gaan. Als je niet zou weten dat in Japan het beschaafd is om weg te kijken, zou jou dat ook opvallen als je met diegene praat. Maar als je weet dat dit onderdeel is van de cultuur, hoeft dat het contact niet meer in de weg te zitten. Zo werkt het eigenlijk ook bij autisme en elke andere variant van oogcontact. Als je weet waarom degene het oogcontact doet zoals diegene doet, dan hoeft dat geen probleem meer te zijn. Sterker nog; het oogcontact van diegene kan zelfs van waardevol worden voor jullie contact, omdat je elkaar beter begrijpt. Dat kan vervolgens meehelpen om meer verbinding met elkaar te voelen.

Kijken vanuit autisme

Om degene met autisme beter te leren begrijpen is het nodig om je in diegene te verplaatsen en je af te vragen: wat zorgt ervoor dat degene het oogcontact zus of zo doet? Daarvoor kunnen verschillende oorzaken zijn. Voor mensen met autisme is de wereld vaak heel intens omdat ze constant veel prikkels en informatie binnenkrijgen. Door de grote hoeveelheid kan het een uitdaging voor ze zijn om dat allemaal goed een plekje te geven en van betekenis te voorzien. Oogcontact is voor hun net zo goed een bron van veel prikkels en informatie. Net als dat wat tijdens een gesprek wordt gezegd, een bron van veel prikkels en informatie is. Het kan daardoor voor mensen met autisme goed werken om even geen oogcontact te maken zodat die informatiestroom niet stoort op de informatiestroom van wat wordt gezegd. Op die manier is hun wegkijken juist een vorm van aandacht bij het gesprek. En dit is maar één voorbeeld van hoe het oogcontact vanuit iemand met autisme kan gaan. Andere redenen waarom ze anders met oogcontact kunnen omgaan dan je zou verwachten is dat ze kunnen worstelen met wat jij van hun oogcontact verwacht. Of dat ze oogcontact ontwijken omdat ze zich kunnen schamen dat dat hun autisme zou kunnen laten zien, terwijl er veel stigma is over autisme in onze maatschappij. Weer een andere reden waarom oogcontact bij mensen met autisme je kan opvallen is bijvoorbeeld als degene je aanstaart. Dit kunnen ze doen omdat ze er rekening mee houden dat jij oogcontact van ze verwacht, en ze daarom zeker willen weten dat dit gebeurt. Uit al deze voorbeelden blijkt dat mensen met autisme er niet op uit zijn om jou je ongemakkelijk te laten voelen, het tegenovergestelde juist.

Praten over oogcontact

Om erachter te komen hoe iemand met autisme het oogcontact ervaart en waarom diegene op een bepaalde manier met oogcontact omgaat, is het belangrijk dat je er met diegene over praat. Daarbij hoef je er niet bang voor te zijn dat diegene zich geen raad weet met dit onderwerp. Mensen met autisme hebben vaak al lang en veel over oogcontact nagedacht (veel meer dan mensen zonder autisme). Het kan tijdens dat gesprek helpen als je zelf ook uitlegt hoe oogcontact voor jou is en wat jij daarmee bedoelt. Zo kunnen jullie begrip voor elkaar krijgen en voor de toekomst begrijpen hoe jullie oogcontact meedoet tijdens jullie contact. Daarnaast kan het erg interessant zijn om eens van een heel andere kant te horen hoe naar oogcontact wordt gekeken.

Elkaar helpen

Degene met autisme kan jou helpen door voor jou duidelijk te maken hoe het voor diegene is, en wat diegene met het oogcontact bedoelt. Jij kan van jouw kant degene met autisme ook helpen om het oogcontact gemakkelijker te laten verlopen. Namelijk, door de volgende dingen te benadrukken, wat je waarschijnlijk ook zou doen bij mensen van een andere cultuur, mensen met PTSS of andere mensen waarvan je de oorzaak van opvallend oogcontact kent:
– dat oogcontact nou eenmaal heel verschillend wordt gedaan en het oogcontact bij autisme een van de vele manieren is, niet zozeer een symptoom van een ziekte
– dat de manier waarop degene met autisme omgaat met oogcontact, gerespecteerd moet worden
– dat iedereen zelf mag weten hoe diegene omgaat met oogcontact; er is geen ‘gouden regel’
– dat degene met autisme tevreden mogen zijn over hoe ze hun oogcontact doen
– dat elke vorm van oogcontact waardevol is, ook die van mensen met autisme